Een vloeiend lijnenspel, structuur en textuur, vorm en ruimte, het krijgt een plaats in mijn keramisch werk: gestolde ervaringen van het zien.

Als kind plukte ik de bloemen in de berm van de sloot. Ik nam ze mee naar huis en wilde ze bewaren. Al verwonderend nam ik de natuur waar en dat doe ik nog steeds: De gelaagdheid van de bruine bladeren van een hertshoorn, de vertakkingen van boomwortels of de structuur van boomschors, de ruimte tussen de takken, de lijn van  een zwangere buik, een door zand en water afgeslepen schelp,  het inspireert  om de waarneming  in klei vast te leggen.  Er ontstaat een ander, nieuw beeld.  En er ontstaan beelden en vormen die zich tot elkaar verhouden.

Vanuit de veronderstelling dat klei zich laat sturen werk ik intuïtief en raak ik aan de grens van het mogelijke. De uit de hand opgebouwde beelden  groeien organisch en  zijn extreem dunwandig.  Dit geeft hen  een lichtheid in letterlijke figuurlijke zin. Door glazuur wordt de uitstraling van het beeld versterkt.